Werkloosheidshervorming

Hieronder vindt u drie informatiebladen die wellicht nuttig voor u kunnen zijn :

Bent u uitgesloten van werkloosheids of inschakelingsuitkeringen en dient u een aanvraag voor een leefloon in bij het OCMW?

Heeft u een brief ontvangen van de RVA waarin u wordt gewaarschuwd voor
een nakende uitsluiting van uw inschakelingsuitkeringen ?

Heeft u een brief ontvangen van de RVA waarin u wordt geïnformeerd over
het einde van uw recht op werkloosheidsuitkeringen? Wat moet u weten?

Veelgestelde vragen over aanvragen voor het leefloon :

Bij een aanvraag voor een leefloon is het OCMW verplicht een sociaal onderzoek te voeren, waaronder een huisbezoek.

Dit huisbezoek vindt plaats bij de opening van het dossier en telkens wanneer dit nodig is, minimaal één keer per jaar. Het doel is na te gaan of u nog steeds voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van het leefloon. Het bezoek kan aangekondigd of onaangekondigd plaatsvinden.

U bent verplicht positief te reageren op een verzoek tot huisbezoek. Een weigering kan worden beschouwd als een gebrek aan medewerking aan het OCMW. Indien u echter niet aanwezig bent bij een onaangekondigd bezoek, kan dit niet als een weigering worden beschouwd. Dit ligt anders wanneer het bezoek vooraf was gepland.

Voor meer informatie :

2.5.2. Ben ik verplicht om een huisbezoek te aanvaarden ?

 

Om uw recht op een leefloon vast te stellen heeft het OCMW documenten nodig over uw persoonlijke situatie en uw bestaansmiddelen. Het beschikt over verschillende controlemiddelen.

Het OCMW beschikt over tal van middelen om na te gaan of u voldoet aan de voorwaarden voor het toekennen van een leefloon: Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, mogelijkheid om informatie op te vragen bij bijvoorbeeld overheidsdiensten, sociale zekerheidsinstellingen en financiële instellingen.

Wat bankafschriften betreft: dit is een praktijk die vaak voorkomt, maar soms ook ongerechtvaardigd of zelfs illegaal is.

Het OCMW mag uw rekeninguittreksels enkel opvragen indien:
* ze noodzakelijk zijn om een voorwaarde voor het leefloon te bewijzen (voor een zo beperkt mogelijke periode);
* en deze informatie niet via minder ingrijpende middelen kan worden verkregen.

Het OCMW handelt onwettig indien het systematisch rekeninguittreksels van de laatste drie maanden (of meer) vraagt, tenzij er concrete en objectieve aanwijzingen zijn van tegenstrijdige of onduidelijke verklaringen.

In de praktijk kan het soms sneller zijn om bepaalde rekeninguittreksels vrijwillig te tonen (bijvoorbeeld om spaargeld te bewijzen). Onnodige vermeldingen zoals uitgaven mogen worden doorgehaald. Het OCMW onderzoekt uw inkomsten, niet uw uitgaven.

 

Ja. Als nieuwe begunstigde van een leefloon bent u verplicht binnen drie maanden na de kennisgeving van het leefloon een GPMI af te sluiten.

Het GPMI (Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie) is een schriftelijke “overeenkomst” tussen u en het OCMW. Hierin verbindt u zich er bijvoorbeeld toe om werk te zoeken, een opleiding te volgen, huisvesting te zoeken, schulden af te betalen, enz. Het OCMW verbindt zich er op zijn beurt toe om u te ondersteunen in uw stappen, bijvoorbeeld bij het zoeken naar werk of huisvesting.

Het GPMI geldt voor de duur die nodig is om de doelstellingen te realiseren. Het eindigt automatisch wanneer er geen recht meer is op maatschappelijke integratie.

Voor meer informatie :

2.2.5.3.1. GPMI : wat is de wettelijke basis ? wat is het doel? Voor wie?

2.2.5.3.2. Hoe het GPMI onderhandelen, wijzigen en/of updaten?

2.2.5.3.3. GPMI: wat zijn de sancties?

 

“Artikel 60” is een tewerkstellingsmaatregel voor personen die ver van de arbeidsmarkt staan. Het doel? Het mogelijk maken om opnieuw werkervaring op te doen en/of om personen die geen of geen recht meer hebben op werkloosheidsuitkeringen dit recht (opnieuw) te laten openen via sociale bijdragen.

In het kader van artikel 60 wordt u aangeworven door het OCMW (dat dus uw werkgever is en de arbeidsovereenkomst ondertekent). Deze tewerkstelling kan twee vormen aannemen: een job binnen het OCMW zelf of een “terbeschikkingstelling” door het OCMW bij een “gebruiker”.

Hoewel het OCMW niet verplicht is om een tewerkstelling in het kader van artikel 60 aan te bieden, is het voor u vaak wél verplicht om een dergelijk contract te aanvaarden. Indien u de tewerkstelling weigert, kan het OCMW dit immers beschouwen als een gebrek aan “werkwillig te zijn”, één van de zes voorwaarden voor de toekenning van het leefloon.

Wat betekent bereid zijn te werken “behalve om gezondheids- of billijkheidsredenen”?

Om een leefloon te ontvangen, moet u bereid zijn te werken, behalve om gezondheids- of billijkheidsredenen.

Het OCMW zal uw persoonlijke inspanningen en uw houding beoordelen ten aanzien van werkaanbiedingen of opleidingen die door het OCMW of VDAB worden voorgesteld. Maar moet het OCMW ook rekening houden met uw specifieke situatie, zoals uw leeftijd of persoonlijke omstandigheden.

Het OCMW kan u vrijstellen van deze bereidheid tot werken om gezondheids- of billijkheidsredenen.

Er bestaat geen vaste lijst van situaties die een vrijstelling rechtvaardigen. Wat gezondheidsredenen betreft, kan het bijvoorbeeld gaan om een zwangerschap of een medisch probleem dat verhindert fysiek zwaar werk uit te voeren. Het kan ook gaan om gezondheidsredenen die u aanvoert, al dan niet ondersteund door een medisch attest, en die het OCMW kan laten bevestigen door een door het OCMW aangestelde en betaalde arts.

Wat billijkheidsredenen betreft, kan bijvoorbeeld gedacht worden aan iemand die toestemming heeft gekregen om studies te hervatten. In de praktijk beoordeelt het OCMW dit autonoom, op basis van de individuele situatie van elke persoon.

Voor meer informaties:

2.2.5.4.1. Artikel 60: Wat is de wettelijke basis? wat is het doel?

2.2.5.4.2. Artikel 60: wat zijn de gevolgen van een “terbeschikkingstelling”?

2.2.5.4.3. Artikel 60: een recht of een verplichting?

2.2.5.4.4. Artikel 60: welke loonschaal? welke taken?

2.2.5.4.5. Artikel 60: arbeitsovereenkomst of sociale bijstand?

2.2.5.4.6. Kan het OCMW eisen dat ik “stage loop” voor de ondertekening van de “artikel 60” overeenkomst?

 

Het ontvangen van een leefloon verhindert niet dat andere sociale steun wordt toegekend.

Onder sociale steun verstaan we verschillende vormen van hulp die door het OCMW kunnen worden toegekend. Deze vormen geen limitatieve lijst en kunnen materieel, financieel, medisch of psychologisch, preventief of curatief zijn. Bijvoorbeeld: woonhulp, medische hulp, voedselhulp, referentieadres, financiële steun, enz.

Om hiervan te kunnen genieten moet het OCMW vaststellen dat u zich in een “staat van behoeftigheid” bevindt. Dit wordt bepaald na een sociaal onderzoek.

Het is dus mogelijk een leefloon te ontvangen en daarnaast bijkomende sociale steun te verkrijgen indien uw totale middelen onvoldoende zijn in verhouding tot uw behoeften.

Voor meer informaties:

3.2. Wat zijn de voorwarden van de sociale bijstand s.z.?

3.4. Ik voldoe niet aan de voorwaarden voor een LL/Het bedraag van mijn LL en/of van mijn inkomsten is ontoereikend. wat moet ik doen om sociale bijstand in strikte zin de krijgen?

.

 

Een van de zes voorwaarden voor het leefloon is de verblijfsvoorwaarde: u moet gewoonlijk en effectief in België verblijven.

Verblijven in het buitenland zijn toegestaan onder bepaalde voorwaarden en in principe voor een beperkte duur:
* U moet het OCMW vooraf verwittigen bij een verblijf van 7 dagen of langer met vermelding van duur en reden.
* U mag niet langer dan 4 weken per kalenderjaar in het buitenland verblijven (aaneensluitend of gespreid).

Een verlenging is mogelijk in uitzonderlijke omstandigheden en/of om billijkheidsredenen, mits bewijsstukken.

Voorbeelden:

  • Erasmusstage of studies in het buitenland;
  • ernstige ziekte van een ouder;
  • overlijden van een familielid;
  • administratieve redenen (bijvoorbeeld paspoortproblemen).

Voor meer informaties:

2.2.1.2. Mag ik in het buitenland verblijven?

 

 

Als u een statuut van zelfstandige in bijberoep had toen u werkloos was, is dit statuut niet langer verenigbaar zodra uw rechten zijn uitgeput. De regelgeving voorziet immers niet in de mogelijkheid om zelfstandige in bijberoep te zijn wanneer men een inkomen ontvangt uit de sociale bijstand (en niet uit de sociale zekerheid).

Dit betekent echter niet noodzakelijk dat deze activiteit niet kan worden voortgezet of dat zij de toekenning van een leefloon verhindert. Het betekent dat, indien u uw zelfstandige activiteit wenst voort te zetten, u zelfstandige in hoofdberoep wordt (mét een verhoging van de trimestriële sociale bijdragen !).

Indien u deze beslissing neemt en uw middelen onvoldoende blijven om menswaardig te leven, kan een aanvullend leefloon worden toegekend na een sociaal onderzoek en een onderzoek naar uw bestaansmiddelen.

Let op: indien uw activiteit verlieslatend of niet rendabel is, kan het OCMW gedurende een “redelijke” periode een leefloon toekennen om uw zelfstandige activiteit rendabel te maken. Indien de activiteit op langere termijn onvoldoende rendabel blijkt, kan het OCMW weigeren dat u deze activiteit verderzet. Het OCMW kan u dan vragen uw activiteit stop te zetten en bereid te verklaren om (opnieuw) te werken en in dat kader te laten begeleiden door het OCMW.

Voor meer informaties:

6. Ik ben zelfstandige. Heb ik recht op het LL en/of op sociale bijstand s.z.?

 

Om recht te hebben op een leefloon moet u bereid zijn te werken, tenzij om gezondheids- of billijkheidsredenen.

In het kader van het recht op maatschappelijke integratie kan het volgen of hervatten van een voltijdse studies aanvaard worden als een billijke reden indien het OCMW het studieproject aanvaardt.

Concreet moeten de studies aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • uw kansen op integratie in het beroepsleven en dus op werk vergroten;
  • voltijdse studies zijn;
  • gevolgd worden in een door de Gemeenschappen van België erkende onderwijsinstelling.

U moet ook uw motivatie aantonen door te bewijzen dat u een regelmatig leerling bent.
Let op: indien u jonger bent dan 25 jaar en voltijdse studies wenst te hervatten, zult u ook onderworpen zijn aan een GPMI (Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie) voor studenten.

Wat opleidingen betreft: deze zijn eveneens mogelijk en soms zelfs sterk aanbevolen wanneer zij voortvloeien uit een voorstel van het OCMW. Het gaat hierbij om beroepsopleidingen aangeboden door VDAB, kwalificerende opleidingen, enz. Ze kunnen echter worden geweigerd indien het OCMW het opleidingsproject niet noodzakelijk of weinig bevorderlijk acht voor uw professionele integratie.

Zoals in vele andere situaties is de toestemming het resultaat van een beslissing van het OCMW, gebaseerd op uw volledige dossier en persoonlijke situatie. In tegenstelling tot de werkloosheidsverzekering, waar de regels rond studies grotendeels afhangen van “objectieve” criteria, gelden in de sociale bijstand andere regels. Aangezien het een residuair recht betreft, wordt uw volledige persoonlijke situatie en uw studie- of opleidingsproject beoordeeld.

Voor meer informaties:

10.1. Leefloon

.

 

Als u werk vindt terwijl u een leefloon ontvangt, worden uw netto beroepsinkomen gedeeltelijk in aanmerking genomen en afgetrokken van uw leefloon. Dit noemt men de ‘socioprofessionele’ vrijstelling.

Concreet worden, uw netto beroepsinkomsten in aanmerking genomen na aftrek van een bedrag van 315,67 euro per maand (bedrag op 1 maart 2026).

Deze vrijstelling is beperkt tot drie jaar vanaf de start van de tewerkstelling. Deze periode van drie jaar kan worden benut binnen een periode van zes jaar vanaf de start van het werk.

Deze vrijstelling wordt gecumuleerd met een andere, zogenaamde algemene vrijstelling, waarbij een bepaald bedrag van uw inkomen niet in aanmerking wordt genomen, afhankelijk van uw gezinssituatie.

Voorbeeld: u ontvangt een leefloon als alleenstaande en vindt een deeltijdse job met een netto maandloon van 1.000 euro.

Met de vrijstelling van 315,67 euro per maand houdt het OCMW rekening met:

1.000 – 315,67 = 684,33 euro netto beroepsinkomen per maand.

Vervolgens:

  • 684,33 × 12 = 8.211,96 euro per jaar.
  • Het jaarlijks leefloon voor een alleenstaande bedraagt 16.085,64 euro.
  • 16.085,64 – 8.211,96 = 7.873,68 euro.
  • 250 euro algemene vrijstelling = 8.123,68 euro.
  • 8.123,68 / 12 = 676,97 euro per maand leefloon.

 

Tijdens deze tewerkstelling ontvangt u dus:
1.000 euro loon + 676,97 euro leefloon = 1.676,97 euro per maand,
in plaats van 1.340,47 euro leefloon vóór de tewerkstelling.

Let op:

  1. Het gaat om een job die start terwijl u reeds leefloon ontvangt. Indien de job begon vóór uw aanvraag, wordt het volledige beroepsinkomen afgetrokken.
  2. Voor knelpuntberoepen bedraagt de vrijstelling 452,39 euro per maand.
  3. Er geldt ook een vrijstelling voor inkomsten uit artistieke activiteiten (3.787,99/jaar).

 

Voor meer informaties:

2.2.4.7. De “socioprofessionele” vrijstelling of vrijstelling van inkomsten in het kader van de socioprofessionele integratie of “gewone” vrijstelling

.

 

Ja, spaargeld kan een impact hebben op het bedrag van uw leefloon.

De regels zijn:

  • Tot 6.200 euro spaargeld: geen impact.
  • Tussen 6.200 en 12.500 euro: 6% van het bedrag in deze schijf wordt in aanmerking genomen.
  • Boven 12.500 euro: 10% van het bedrag boven deze grens wordt in aanmerking genomen.

Voorbeeld 1:

spaargeld van 10.000 euro.
10.000 – 6.200 = 3.800 euro.
6% van 3.800 = 228 euro per jaar.
Dit betekent 19 euro per maand minder leefloon.

Voorbeeld 2:

spaargeld van 20.000 euro.

  • 6% van 6.300 euro (schijf tussen 6.200 en 12.500) = 378 euro.
  • 10% van 7.500 euro (boven 12.500) = 750 euro.
    Totaal: 1.128 euro per jaar.
    Dit betekent 94 euro per maand minder leefloon.

Deze berekening gebeurt bij de aanvraag en bij elke herziening van het dossier (minstens één keer per jaar). U kunt zelf een herziening vragen indien uw spaargeld daalt.

Voor meer informaties:

2.2.4.11. Wat gebeurt er als ik spaargeld heb?

 

Ja, eigenaar zijn kan een impact hebben op het bedrag van uw leefloon.

Indien het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen van de woning lager is dan 750 euro, verhoogd met 125 euro per kind waarvoor u kinderbijslag ontvangt, heeft dit geen impact.

Boven dit bedrag wordt het overschrijdende deel vermenigvuldigd met drie en in aanmerking genomen.

Voorbeeld:

U woont alleen met één kind waarvoor u kinderbijslag ontvangt. Het niet-geïndexeerde kadastraal inkomen bedraagt 900 euro.

Berekening:

900 – 750 – 125 = 25 euro.
25 × 3 = 75 euro per jaar.
Dit betekent 6,25 euro per maand minder leefloon.

Er bestaan ook specifieke regels voor onbebouwde gronden, meerdere eigendommen, huurinkomsten, mede-eigendom, lijfrente, enz.

Voor meer informaties:

2.2.4.10. Wat gebeurt het als ik eigenaar ben van een of meer onroerende goederen?

Deze site maakt gebruik van cookies om u de beste ervaring op onze site te garanderen.