Dans het kader van een artikel 60 treedt het OCMW op als werkgever en stelt het een werknemer tewerk. Deze tewerkstelling kan twee vormen aannemen: een tewerkstelling binnen het OCMW zelf of een “terbeschikkingstelling” door het OCMW bij een “gebruiker”. Deze gebruiker kan een gemeentelijke administratie zijn, een vzw, een ander OCMW, een organisatie uit de sociale economie of elke andere partner die een overeenkomst met het OCMW heeft afgesloten, of zelfs een privébedrijf (zie art. 61 van de organieke wet betreffende de OCMW’s).
In het geval van een terbeschikkingstelling kan de gebruiker de overeenkomst met het OCMW beëindigen om redenen die hem eigen zijn. Dit kan ook gebeuren op basis van één of meerdere negatieve evaluaties. De overeenkomst wordt dan verbroken. Het OCMW kan deze beëindiging niet verhinderen, maar kan de werknemer wel andere taken binnen het OCMW zelf toewijzen of hem/haar bij een andere gebruiker plaatsen.
Het is niet verwonderlijk dat dit type driepartijencontract aanleiding kan geven tot verwarring en problemen bij de verdeling van de verantwoordelijkheden van elke partij.