2.2.4.1. Wat betekent het niet beschikken over voldoende bestaansmiddelen?

Om recht te hebben op een leefloon moet men niet over voldoende bestaansmiddelen beschikken. In de praktijk betekent dit dat de beschikbare middelen – waarmee het OCMW rekening moet of kan houden – lager moeten zijn dan het bedrag van het leefloon dat voor de betrokken categorie kan worden toegekend. (Zie 2.2.4.2. Wat zijn de 3 categorieën van begunstigden? en 2.2.4.4. Hoe hoog is het bedrag van het leefloon?)

Wat wordt verstaan onder bestaansmiddelen?

Hieronder worden alle mogelijke, netto en daadwerkelijk beschikbare middelen verstaan, ongeacht hun aard of oorsprong, met uitzondering van de middelen die uitdrukkelijk volledig zijn vrijgesteld (zie 2.2.4.5. Zijn bepaalde middelen vrijgesteld?) of gedeeltelijk zijn vrijgesteld (zie 2.2.4.7. De socio-professionele vrijstelling2.2.4.10. Wat gebeurt er als ik eigenaar ben? en 2.2.4.11. Wat gebeurt er in geval van spaargeld?).

Hieronder vallen zowel de middelen van de aanvrager of aanvragerster als die van bepaalde personen met wie hij of zij samenwoont. (Zie 2.2.4.8. Wat gebeurt er als ik samenwonend ben? en 2.2.4.9. Hoe berekent het OCMW het leefloon in geval van samenwoning?)

Onder bepaalde voorwaarden kunnen ook sommige voordelen in natura als bestaansmiddelen worden beschouwd. Zo kan het OCMW bijvoorbeeld rekening houden met het feit dat iemand gratis een woning bewoont die ter beschikking werd gesteld door een persoon met wie hij of zij niet samenwoont.

Na het onderzoek van de bestaansmiddelen kan het OCMW, afhankelijk van de situatie, een volledig of gedeeltelijk leefloon toekennen, of het recht weigeren omdat de aanvrager of aanvragerster over voldoende bestaansmiddelen beschikt.

Voor meer informatie over de berekening van de bestaansmiddelen, zie 2.2.4.3. Hoe berekent het OCMW de bestaansmiddelen?

Printen

Deze site maakt gebruik van cookies om u de beste ervaring op onze site te garanderen.