De tewerkstelling via “artikel 60” is een mogelijkheid die aan het OCMW wordt geboden. Het OCMW beoordeelt “soeverein” aan wie het deze tewerkstelling voorstelt of oplegt. Het neemt zijn beslissing op basis van verschillende criteria: de mogelijkheden tot aanwerving binnen zijn eigen diensten of bij gebruikers, het profiel van de werknemer of werkneemster, enz. In de praktijk komen sommige personen in dit systeem terecht zonder dat ze dat willen, terwijl anderen die er gebruik van willen maken geen werk vinden in dit kader.
Een tewerkstelling via “artikel 60” kan ook op initiatief van de begunstigde worden aangevraagd. Het is bovendien mogelijk om beroep in te stellen bij de arbeidsrechtbank tegen een beslissing tot weigering van een “artikel 60”-tewerkstelling. Er bestaat echter weinig rechtspraak over deze kwestie, waardoor het moeilijk is om de slaagkansen van een beroep in te schatten.
Hoewel het OCMW niet verplicht is om iemand onder het “artikel 60”-stelsel aan te werven, is het daarentegen vaak wel verplicht om een dergelijke betrekking te aanvaarden. Een weigering kan immers worden beschouwd als een tekortkoming in de “bereidheid tot werken”, een van de voorwaarden voor de toekenning van het leefloon. (zie 2.2.5. Wat houdt de voorwaarde van bereidheid tot werken in?)
Ter informatie:
vóór de ondertekening van het contract is er een bedenktijd van 5 dagen voorzien. Ook is het mogelijk om zich te laten bijstaan door een persoon naar keuze tijdens de onderhandelingen over het contract, en om te worden gehoord door de Raad in geval van betwisting van een “artikel 60”-tewerkstelling of van de concrete modaliteiten van deze tewerkstelling. Deze beperkte “procedurele waarborgen” wegen echter weinig op tegen het risico op sancties of uitsluiting bij weigering van een tewerkstelling.