2.2.5.4.1. Wat is de wettelijke basis van een tewerkstelling “artikel 60” en welk doel wordt ermee nagestreefd?

De “Artikel 60”-tewerkstelling (verwijzend naar artikel 60, §7 van de organieke wet van 1976, de OCMW-wet) is een tewerkstellingsmaatregel voor personen die ver van de arbeidsmarkt staan. Het doel ervan is hen de mogelijkheid te bieden om werkervaring op te doen en/of, afhankelijk van het geval, een recht op werkloosheidsuitkeringen te openen of opnieuw te openen na een uitsluiting of het einde van het recht. Wanneer het werk wordt uitgevoerd binnen de diensten van het OCMW of de gemeente, gaat het meestal om taken zoals onderhouds- of administratieve werkzaamheden.

Deze maatregel is meestal bedoeld voor rechthebbenden op het leefloon of op gelijkwaardige financiële maatschappelijke hulp, maar in principe is hij niet beperkt tot deze personen.

Deze maatregel wordt ook beschouwd als een vorm van maatschappelijke hulp, toegekend in het kader van het recht op maatschappelijke integratie (in plaats van het leefloon), en bevindt zich dus op het kruispunt van twee stelsels: dat van de maatschappelijke hulp en dat van het arbeidsrecht (zie 2.2.5.4.5. “Artikel 60”: een arbeidsovereenkomst of maatschappelijke hulp?).

De tewerkstelling via “Artikel 60” wordt door de OCMW’s vaak voorgesteld als een weg naar een duurzame integratie op de arbeidsmarkt. Wij zijn echter van mening dat dit niet zo is. De meeste personen die met dit statuut hebben gewerkt, komen na afloop van het contract in de werkloosheid terecht. Slechts een kleine minderheid wordt nadien aangeworven, en die beperkte groep had in veel gevallen ook rechtstreeks een “echte” arbeidsovereenkomst kunnen krijgen zonder eerst via “Artikel 60” te gaan.

Printen

Deze site maakt gebruik van cookies om u de beste ervaring op onze site te garanderen.