2.2.4.3. Wanneer en hoe berekent het OCMW de bestaansmiddelen?

Het OCMW berekent de bestaansmiddelen:

  • op het moment dat een aanvraag voor een leefloon wordt ingediend;
  • gedurende de volledige periode waarin het leefloon wordt toegekend;
  • tijdens de sociale onderzoeken in het kader van een herziening van het dossier;
  • bij elke wijziging in de persoonlijke situatie of in de gezinssituatie die aan het OCMW moet worden gemeld.

De bestaansmiddelen worden vervolgens berekend volgens specifieke regels die afhankelijk zijn van het type middelen. Zo worden beroepsinkomsten bijvoorbeeld niet op dezelfde manier in aanmerking genomen als spaargelden of het bezit van één of meerdere onroerende goederen.

Wanneer het OCMW het bedrag van de in aanmerking te nemen bestaansmiddelen heeft vastgesteld, bepaalt het welk bedrag aan leefloon kan worden toegekend. Het OCMW kan een volledig of gedeeltelijk leefloon toekennen (als aanvulling op de bestaansmiddelen waarmee rekening moet of mag worden gehouden), zodat het totale inkomen overeenkomt met het leefloon waarop men volgens de gezinssituatie recht heeft. Het OCMW kan de toekenning van een leefloon ook weigeren wanneer de bestaansmiddelen van de aanvrager of aanvrageres voldoende worden geacht.

Ter informatie:

Indien het toegekende bedrag onvoldoende is om in de behoeften te voorzien, of indien een leefloon wordt geweigerd, kan men bij het OCMW aanvullende maatschappelijke steun aanvragen, zowel financieel als in natura (zie 3. Wat is het recht op maatschappelijke dienstverlening in strikte zin? en 4. Welke soorten hulpverlening bieden de OCMW’s aan?).

Printen

Deze site maakt gebruik van cookies om u de beste ervaring op onze site te garanderen.