Voor de berekening van het leefloon houdt het OCMW rekening met het spaargeld. Onder spaargeld wordt verstaan: het totale bedrag van de tegoeden op zicht- en spaarrekeningen (geld uit een erfenis, gespaard geld, effecten, aandelen, obligaties, belastingteruggaven enzovoort).
De berekening gebeurt als volgt, ongeacht de categorie van begunstigde waartoe de aanvrager behoort:
- indien het totale spaargeld niet hoger is dan 6.200 euro, wordt hiermee geen rekening gehouden;
- indien het spaargeld tussen 6.200 euro en 12.500 euro bedraagt, wordt rekening gehouden met 6 % van het bedrag dat binnen deze schijf valt;
- voor het gedeelte boven 12.500 euro wordt rekening gehouden met 10 % van het bedrag dat deze grens overschrijdt.
Voorbeeld:
Mevrouw beschikt over een spaargeld van 25.500 euro.
Het OCMW houdt rekening met:
- 6 % van de schijf tussen 6.200 euro en 12.500 euro, zijnde 6 % van 6.300 euro = 378 euro;
- 10 % van het bedrag van 13.000 euro (25.500 euro – 12.500 euro), zijnde 1.300 euro.
In totaal wordt dus een bedrag van 1.678 euro afgetrokken van haar jaarlijkse leefloon, wat neerkomt op 139,83 euro per maand (= 1.678 euro / 12).
Ter informatie
Bij elke herziening van het dossier (minstens één keer per jaar) moet het OCMW nagaan of het spaargeld nog beschikbaar is en of het bedrag gewijzigd is. Eveneens kan een aanvrager van een leefloon zelf verzoeken om een herziening van zijn of haar dossier wanneer het bedrag van het spaargeld is veranderd. Bij een aanvraag voor een leefloon wordt uiteraard rekening gehouden met het spaargeld op het ogenblik van de aanvraag. Voor het besteden van spaargeld gelden geen specifieke regels. Spaargeld kan worden gebruikt voor renovatiewerken, de vervanging van huishoudtoestellen, een vakantie enzovoort. Voorzichtigheid is echter geboden, aangezien een OCMW kan oordelen dat iemand zichzelf bewust van bestaansmiddelen heeft beroofd indien hij of zij het spaargeld heeft uitgegeven zonder te kunnen aantonen dat deze uitgaven noodzakelijk waren (of in geval van een geldafhaling zonder bewijs van de besteding, kan er sprake zijn van een vermoeden van fraude). Er bestaan echter geen objectief vastgelegde criteria om deze beoordeling uit te voeren.