1. Wat is het recht op maatschappelijke dienstverlening?

Artikel 23 van de Grondwet waarborgt voor iedereen het recht om een menswaardig leven te leiden. Dit recht omvat onder meer het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid, medische en juridische bijstand, een behoorlijke huisvesting, arbeid, billijke arbeidsvoorwaarden en een eerlijke verloning.

Het recht op maatschappelijke hulp, ook wel “maatschappelijke hulp in ruime zin” genoemd, maakt deel uit van dit kader als een beschermingssysteem voor personen die niet of niet langer over voldoende middelen beschikken om een menswaardig leven te leiden. Dit recht is verankerd in artikel 1 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de OCMW’s:

«Iedere persoon heeft recht op maatschappelijke dienstverlening. Deze heeft tot doel eenieder in de mogelijkheid te stellen een leven te leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid.»

Hoewel het begrip menselijke waardigheid niet duidelijk in de wet wordt omschreven, moet het worden begrepen als het vermogen van iedere persoon om minstens te kunnen beschikken over huisvesting, voeding, kleding, hygiëne en toegang tot medische zorg. Wanneer iemand niet over voldoende bestaansmiddelen beschikt of zich in een staat van behoeftigheid bevindt, is het OCMW dan ook verplicht tussen te komen in naam van de menselijke waardigheid. In de praktijk blijft artikel 1 van de organieke OCMW-wet echter helaas al te vaak een mooie principeverklaring die weinig concrete gevolgen heeft en/of afhankelijk wordt gemaakt van het budgettaire beleid van de OCMW’s.

Het recht op maatschappelijke hulp in ruime zin wordt bovendien onderverdeeld in twee takken, waarvoor verschillende regelgevingen en toekenningsvoorwaarden gelden:

Tot slot is het belangrijk te beseffen dat het ook gaat om een zogenaamd residuair recht. Dat betekent dat dit recht pas in laatste instantie tussenkomt. Daarom wordt maatschappelijke hulp vaak omschreven als het laatste vangnet van de sociale bescherming.

Concreet betekent dit dat men enkel recht kan hebben op hulp van het OCMW wanneer men niet over andere middelen kan beschikken, zoals een vervangingsinkomen (werkloosheidsuitkering, uitkering van het ziekenfonds, pensioen enz.), een loon, onderhoudsgeld, steun van familie, enzovoort.

Het sociaal onderzoek van het OCMW zal nagaan of dergelijke andere middelen beschikbaar zijn, alvorens te onderzoeken of aan de overige voorwaarden voor toegang tot maatschappelijke hulp is voldaan.

Printen

Deze site maakt gebruik van cookies om u de beste ervaring op onze site te garanderen.