Om recht te hebben op het leefloon (LL), moet men meerderjarig zijn (minstens 18 jaar oud) of gelijkgesteld worden met een meerderjarige persoon.
Met meerderjarige personen worden gelijkgesteld:
- minderjarige zwangere personen;
- minderjarigen met één of meer kinderen ten laste;
- minderjarigen die door het huwelijk ontvoogd zijn.
Minderjarigen die niet met meerderjarige personen worden gelijkgesteld, hebben dus geen recht op een leefloon. Zij kunnen daarentegen wel recht hebben op maatschappelijke dienstverlening in de strikte zin, indien aan de toekenningsvoorwaarden is voldaan (zie 3.2. Wat zijn de voorwaarden voor toegang tot maatschappelijke dienstverlening in de strikte zin?), met inbegrip van financiële steun zoals de maatschappelijke steun die gelijkwaardig is aan het leefloon (GLL). Deze maandelijkse steun wordt doorgaans toegekend aan personen die niet voldoen aan de voorwaarden voor het leefloon (zoals leeftijd, nationaliteit of verblijfsstatuut). Zij wordt “maatschappelijke steun gelijkwaardig aan het leefloon” genoemd omdat het bedrag ervan vaak overeenkomt met het bedrag van het leefloon (zie 3.3. Wat is de maatschappelijke steun gelijkwaardig aan het leefloon (GLL)? en 13. Ik ben een niet-begeleide minderjarige vreemdeling (NBMV), heb ik recht op maatschappelijke dienstverlening?).
Ter informatie:
Er bestaat geen maximale leeftijdsgrens voor het recht op een leefloon. Een leefloon kan dus ook na de wettelijke pensioenleeftijd worden toegekend in de volgende situaties:
- er bestaat geen recht op een pensioen of op de inkomensgarantie voor ouderen (IGO);
- het ontvangen pensioen ligt lager dan het bedrag van het leefloon;
- de begunstigde wacht nog op de toekenning van een pensioen of een IGO.